De Ideale Wereld volgens een Architect-Ondernemer

De Ideale Wereld volgens een Architect-Ondernemer

We deden een interview met Anton Gonnissen CEO van ABS Bouwteam over zijn eerder atypische maar succesvolle carrièrepad als architect. Hij legt ons in dit interview uit waarom volgens hem een andere relatie tussen architecten, de bouwfirma’s en eindklanten de bouwkwaliteit verhoogt, budgetten onder controle helpt te houden en het inkomen van architecten verzekert. Zeer uitdagend en altijd interessant: de blik van een succesvol architect-ondernemer op de evolutie van de architectuur en de bouwsector in ons land.

Gonnissen is een man met een visie, dat zal snel duidelijk worden voor wie dit interview leest. Met 30 jaar ervaring, eerst in de rol van architect en vervolgens als ‘totaalaannemer, adviseur en partner op maat’ zoals hij het zelf graag omschrijft, heeft Gonnissen namelijk de rol van de architect eigenhandig geherdefinieerd. Met succes, want zijn bedrijf heeft ruim 1400 bouwprojecten op het palmares, telt 26 medewerkers en draait tegenwoordig een jaarlijkse omzet van 26 miljoen euro.

We vroegen de CEO hoe hij de rol van de architect heeft zien veranderen en waar volgens hem de toekomst ligt voor dit beroep. Het parcours dat Gonnissen zelf aflegde is namelijk niet het meest voor de hand liggende.

Van God-de-Architect naar de Creatieve Radar in het Klokwerk

Eén vaststelling vindt Gonnissen alvast tekenend, en tegelijk ook een teken dat de rol van de architect mogelijks aan het veranderen is. Bekijk even de volgende cijfers. Tien jaar geleden stapten een op de twee particuliere woningbouwers nog rechtstreeks, en in eerste instantie, naar een architect die hen moest helpen hun droom te realiseren. Vandaag doet nog slechts iets meer dan een op de vier particuliere opdrachtgevers hetzelfde.

Wie bouwt de huizen voor die overige 70 procent? Dat zijn ontwikkelaars, SOD firma’s, bouwbedrijven en bouwteams zoals Gonnissen zijn eigen bedrijf graag omschrijft. Die bouwbedrijven maken uiteraard niet het ontwerp, dat verbiedt de Belgische wetgeving nog steeds, zelfs al bekleedt ons land door die wetgeving in Europa steeds meer een uitzonderingspositie. Als constructiebedrijven echter een scheiding handhaven tussen het ‘designteam’ en het ‘bouwteam’ dan kunnen ze perfect een, om het met een mooi woord te zeggen, ‘geïntegreerde oplossing’ aanbieden aan de eindklant, passend binnen het wettelijk kader.

Het is net die service die Gonnissen z’n klanten levert. Waar het enkele decennia geleden nog heel gebruikelijk was dat particulieren met bouwplannen eerst een architect inhuurden die vervolgens met verschillende aannemers onderhandelde heeft dat model volgens Gonnissen z’n beste tijd gehad. De architect die zich opstelt of gedraagt als almachtige, alles controlerende figuur en aannemers tegen elkaar uitspeelt, is volgens Gonnissen “mogelijk een oorzaak van problemen eerder dan een garantie op succes”.

Gonnissen: “Het klassieke model waarbij een architect zich zo gedraagt, is nooit echt eerlijk tegenover de klant. Architecten die zogezegd ‘objectief en onafhankelijk’ aannemers selecteren in samenspraak met de klant houden vooral de schone schijn hoog. Ze wisselen af tussen steeds dezelfde aannemers om de verdenking van partijdigheid af te houden. Tegelijk hebben ze eigenlijk geen objectieve manier om prijsschattingen te maken en offertes goed te vergelijken.”

Integratie Leidt tot Kwaliteit

De rol van de architect is in deze verhouding met klanten en aannemers eigenlijk te groot én te klein tegelijk. Dat komt omdat de architect wel een soort coördinerende rol op zich neemt maar hij onmogelijk de eindverantwoordelijkheid kan dragen. De kwaliteit van de uitvoering ligt bij de aannemer, terwijl de klant de portefeuille zou moeten beheren en de architect zelf te weinig middelen heeft. Geen wonder dat dit vaak helemaal misloopt, met lange procedures, uit de hand gelopen kosten en projecten van slechte kwaliteit als resultaat.

En net dat is het punt dat Gonnissen wilt maken: “Voor geen enkele van de 1400 opgeleverde gebouwen zijn er na het eerste garantiejaar klachten geweest. Uiteraard maken we soms fouten. Maar dankzij de integratie van ontwerp en constructie, en dankzij een vertrouwensrelatie met onze partners kunnen we die fouten snel intern herstellen, zonder dat de architect of de klant er de dupe van wordt.”

Conclusie? Architecten en bouwbedrijven moeten overwegen om naar een b2b-markt te evolueren om te professionaliseren, om de kwaliteit van architectuur en ruimtelijke ordening te verbeteren, om het statuut en het inkomen van de architect te herwaarderen en om de klant een betere totaalervaring te bieden. In onze buurlanden is die professionalisering en integratie al lang een feit, wetgeving en traditie hebben België op dat gebied een achterstand doen oplopen.

Toch kijkt Gonnissen tevreden naar de huidige evolutie, ondanks de verouderde wetgeving en de sector die soms vasthoudt aan achterhaalde principes. Rekening houdende met de steeds versnellende evolutie dat de bouwheer niet meer eerst naar de architect stapt met zijn opdracht is er nood aan een nieuw protocol. Geïntegreerde bouwteams zoals ABS bieden wat de particuliere bouwer vandaag de dag verwacht: één aanspreekpunt dat de verantwoordelijkheid neemt voor het volledige project. Aannemers en architecten kunnen elkaar op die manier niet langer met de vinger wijzen, of minder eenvoudig de schuld van hun afschuiven. Het gaat namelijk om één geïntegreerd bouwteam, een design/build/maintenance team.

Waarom Geen Architecten-Aannemers?

collaboration construction

Anton Gonnissen is zelf afgestudeerd als architect (St. Lucas, 1984) maar hij diende z’n ontslag in bij de Orde van Architecten enkele jaren na het behalen van z’n diploma. De reden voor die radicale stap? Toen Gonnissen met z’n bouwbedrijf begon mocht hij wettelijk gezien niet langer als architect optreden. Die wetgeving lijkt daarmee een belangrijke streep te trekken door Gonnissens visie op de rol van architecten. Toch hoeft dat niet zo te zijn.

ABS Bouwteam loste het probleem op door samen te werken met architecten die over voldoende kwalitatieve ervaring en know how beschikken en aanvaardden dat een voorgesprek en keuze op basis van locatie, specifieke creativiteit en stijl zinvol en nuttig is. Eerst wordt samen met de klant een intakegesprek gevoerd, net zoals dat bij een ‘klassieke’ architect het geval zou zijn. Eens de wensen en mogelijkheden zijn overlopen en er een optie is gekozen stelt ABS een daaropvolgend gesprek voor met een architectenkantoor. Zowel de architect als de bouwheer nemen dan de beslissing om samen te werken in alle vrijheid.

Gonnissen benadrukt het tijdens ons gesprek enkele keren. Deze manier van werken is gebaseerd op vertrouwensrelaties. Het is ook daarom dat het bij ABS niet de gewoonte is om de eindklant te laten kiezen welke onderaannemers worden ingehuurd. Als hooggeschoolde professional in de bouwsector (én eindverantwoordelijke) is het de totaalaannemer die op basis van zijn ervaring de beste vakmensen zal inhuren, met als doel het project te laten slagen.

De architect van morgen heeft in dat verhaal, volgens Anton Gonnissen, twee mogelijke rollen. Ofwel neem je de leiding over het creatieve gedeelte en aanvaard je de opdracht om enkel datgene te doen waar je het beste in bent, en niets anders. Over de uitvoering en klantenrelaties hoef je je in dat scenario immers weinig zorgen te maken. Ofwel kies je voor de rol (en dan wellicht ook voor een carrière) als totaalaannemer en coördinator van bouwprojecten, waarbij je je kennis van architectuur vooral nog zult gebruiken bij de kwaliteitsbewaking, in de communicatie tussen de klant en het designteam en uiteraard in je contact met de architect-ontwerper.

Dat alles werkt natuurlijk alleen als er een perfecte verstandhouding is, en een gedeelde visie, tussen de totaalaannemer en de ontwerpers. De bouwmaatschappij moet zeker zijn dat de architect die ze voor hun klant contacteren z’n taak perfect begrijpt en kan vervullen. Ze moeten er ook op kunnen rekenen dat de architect de klant terug zal verwijzen naar de bouwmaatschappij voor de concrete uitvoering van het project.

De Wereld Verandert, Architecten Moeten Mee

Dus, wat ziet Gonnissen zelf als de ideale wereld? Hoe zou de bouwsector er over twintig jaar moeten uitzien? Z’n antwoord lijkt, het zal wel geen toeval zijn, sterk overeen te komen met het bedrijf dat Gonnissen zelf creëerde.

“Ideaal zou zijn als de helft van de architecten in een bouwteam stapt en de andere helft zelfstandig blijft werken. Dat zou de kwaliteit van bouwprojecten en onze ruimtelijk ordening enorm verbeteren.”

Het mag duidelijk zijn, de functie van de architect is sterk veranderd de laatste jaren en staat bovendien nog grote wijzigingen te wachten in de nabije toekomst. Dat is maar logisch ook, aldus Gonnissen: “Tussen nu en twintig jaar geleden is de job van architect ook al compleet veranderd, op één aspect na: het creatieve.”

Tot Slot…

Zoals we beloofden, stof tot nadenken, een boeiend gesprek, en een man met een visie. We bedanken Anton Gonnissen om zijn kostbare tijd even met ons te delen en we hopen uiteraard dat onze lezers geprikkeld worden door zijn interessante ideeën. Hoe de rol van de architect precies zal evolueren, dat blijft uiteraard afwachten.

Dit is een onderwerp waarover de meningen binnen de sector verdeeld zijn, en dus willen we graag het debat stimuleren. Wat is jouw mening? Laat zeker je reactie achter, we zijn benieuwd naar je feedback!